De KNWU is er voor alle mensen ‘met een zeem in hun broek’

De Koninklijke Nederlandse Wieler Unie (KNWU) werd 91 jaar geleden opgericht. Sinds die tijd is de kern van de organisatie nauwelijks veranderd. Dat terwijl de wereld wel sterk in ontwikkeling is. Directeur Margo de Vries vertelt over de inhaalslag die haar organisatie aan het maken is. “De voedingsbodem is goed, we gaan nu dingen verzilveren.”

De KNWU is naar eigen zeggen een kleine speler in een grote markt. De bond telt circa 40.000 leden, waarvan een kwart ongebonden renners is. De totale sportieve fietsmarkt, “mensen met een zeem in hun broek”, omvat circa een miljoen rijders. KNWU directeur Margo de Vries: “Wij willen er graag voor die mensen zijn en ze waardevolle producten kunnen bieden, maar daarmee uiteraard ook nieuwe inkomstenbronnen creëren. We hebben geld nodig om andere dingen te doen. Het is een hele grote markt en wij profiteren daar onvoldoende van mee. Onze traditionele kern wordt steeds kleiner. Het aantal leden daalt. De inkomsten dalen. Terwijl de organisatie steeds duurder wordt. Topsportprogramma’s worden steeds groter en dat moeten we allemaal betalen met steeds minder mensen. Op de lange termijn kan dat niet. Wij hebben continu discussie: zijn we er voor de 8.000 licentiehouders of voor de 800.000 sportieve, prestatieve fietsers. Wij vinden dat we er voor die grote groep zijn. Daar willen we ook naartoe.”

De KNWU is daarmee net als veel bonden bezig met de vraag ‘hoe bind je de ongebonden sporters?’. Lees het dossier dat de Sportinnovatiestudio rond dit thema aan het samenstellen is. De wielerbond werk onder meer aan Fondo. “Dat is een app voor de ongebonden fietser waarin we ze gaan helpen hun persoonlijke doelen te halen. Stel je wilt de Amstel Goldrace rijden, maar je weet niet hoe je je daar optimaal op kunt voorbereiden, dan gaan we je via de app persoonlijke traningsbegeleiding bieden. Dat doen lang niet alle clubs op dit moment. Daarmee willen we die grotere markt op om daar van waarde te zijn.”

“Door dingen eerst gewoon te doen kunnen mensen de voordelen ervaren.”

Maar ook in de kern van de organisatie zijn veranderingen nodig: “De wedstrijdvormen moeten anders, het moet aantrekkelijker voor fietsers worden. Minder regels, meer nieuwe disciplines moeten ook onder onze vlag kunnen vallen. Wat we met onze zogenoemde Proeftuin doen is de ideeën die er zijn omarmen en die helpen verder te ontwikkelen. In plaats van met de regels te schermen. Het mooiste voorbeeld vind ik de strandraces, die bestonden al een aantal jaren. Ze zijn bij ons gekomen en wilden zich wel aansluiten, maar konden niet aan al onze regels voldoen of vonden een groot deel van de regels zelfs onzin of niet nodig voor deze discipline. We zijn begonnen met  één A4-tje met daarop een paar regels en zijn daarmee aan de slag gegaan. Dat is hoe we dingen willen aanpakken: vanaf nul beginnen, een A4tje over wat wel en niet mag en van start gaan. Laagdrempelig, weinig regels en praktisch aan de gang. Dingen eerst proberen voordat we het bij de besluitvorming aan de orde stellen. Want als we dat in dit geval hadden gedaan waren er tientallen bezwaren opgeworpen. Dan is het maar de vraag of het door de besluitvorming was gekomen. Door dingen eerst gewoon te doen kunnen mensen ook voordelen ervaren.”

De Proeftuin biedt mensen dus de mogelijkheid om een plan in praktijk te testen. De bond biedt daarbij ondersteuning waar nodig in de vorm van het bieden van een podium, exposure en eventueel een klein ondersteunend budget. “Het zou fijn zijn als we meer budget zouden hebben voor de Proeftuin, we doen het nu veelal in de marge. Maar voor de ruimte die we hebben draait het best goed.”

“Ik vraag me serieus af of het überhaupt wel kan om online complexe zaken goed te bespreken.”

Een ander centraal thema in de sportwereld is het betrekken van leden en nieuwe vormen van inspraak en democratie organiseren. Zie het dossier waar de Sportinnovatiestudio aan werkt. Op dit gebied is de KNWU rond dit thema onder de noemer de Ideeënfabriek aan het experimenteren met de online tool Argu om daarmee ideeën wereldkundig te maken en met leden online te bespreken. Dat gaat met vallen en opstaan. “Bijvoorbeeld de gebruiksvriendelijkheid van Argu kan wat ons betreft beter. Het is een online platform dat uiteindelijk digitale ledenraadpleging of zelfs besluitvorming zou moeten kunnen faciliteren, maar mensen weten nog niet goed wat het is, wat de status is en wat ze ermee kunnen. Het is nog niet goed gepositioneerd.”

Maar ook steekt de bond in dit geval de hand in eigen boezem. Het lag niet alleen aan de techniek, ook aan de deelnemers. In de praktijk liepen discussies op het platform soms dood door vooringenomenheid van hen. Mensen wisten vooraf regelmatig al wat ze van een stelling wisten en stonden daarmee niet meer open voor argumenten van anderen. “We hebben er ook nog onvoldoende bekendheid aan gegeven. Dat komt omdat we er nog mee stoeien en er nog niet 100% achter staan. We zijn zelf nog halfbakken bezig. Het is voor onze leden ook niet duidelijk wat er met een discussie gebeurt. Je moet het proces beter schetsen: tot die datum kun je reageren, dan nemen wij een beslissing.”

Tot op heden hebben zo’n 100 mensen op enige moment een bezoek gebracht aan de Ideeënfabriek. Naast praktische bezwaren, blijkt het ook lastig om complexe zaken terug te brengen tot een handzaam gesprek. “Het is vaak complexe materie die lastig eenvoudig uit te leggen is. Ook het overzien van alle gevolgen is voor mensen moeilijk. Ik denk dat het soort platform wel verschil maakt, maar ik vraag me ook serieus af of het überhaupt wel kan om online complexe zaken goed te bespreken.”

“We willen af van het stoffige imago en het het ivoren toren gevoel dat alles binnenskamers wordt besproken.”

Tot op heden heeft een moderator in de discussie-omgeving ontbroken. “Die zou wel kunnen helpen de lijn erin te houden, maar we willen als bond voorkomen dat mensen denken dat wij de boel sturen. Natuurlijk is het belangrijk dat de bond dit soms doet, maar we willen ook dat mensen weten dat we luisteren en voor dingen open staan. We willen af van het stoffige imago en het het ivoren toren gevoel dat alles binnenskamers wordt besproken. We willen toe naar meer openheid: als we de kans krijgen om uit te leggen hoe dingen zitten dan grijpen we die aan. Maar het feit dat we mogelijkheden hebben en er voor open staan is al goed. De KNWU is open met dingen bezig en durft dingen te doen. Dat we dat laten zien helpt al wel, maar de besluitvorming op z’n kop zetten lukt nog niet.”

De KNWU is op meerdere fronten dus met vernieuwing bezig. Op het gebied van communicatie met de leden, het bereiken van andere sporters, maar ook waar het vernieuwing van de ict-mogelijkheden betreft. “We zijn de bond en onze communicatie moderner aan het maken, de marketing beter aan het inrichten en beter aan het vertellen wat we doen en te bieden hebben.”

Waarbij natuurlijk niet alleen gekeken moet worden naar eventuele nieuwe leden, maar oude leden ook tevreden moeten zijn. “Onze achterban staat heel erg open voor verandering, maar op het moment dat het impact op hun gaat hebben, dan wordt het logischerwijs spannend. Als het betekent dat jouw baantje er niet meer is of jouw club iets moet inleveren, dan wordt het begrijpelijkerwijs lastig. Ik ben zeker tevreden, maar het is ook een complex proces. Maar de voedingsbodem is goed, we gaan nu dingen verzilveren.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *