Esports als bindmiddel voor sportclubs 

In Purmerend bouwt H20 het grootste esports stadion van West-Europa. De Sportinnovatiestudio organiseerde er op 10 maart een workshop. Bonden, gemeenten en andere geïnteresseerden konden er verder kennismaken met het begrip esports.

“Yes!”

“Kill!”

“Hoe kom ik van dat dak af?”

Met opperste concentratie en zonder door te hebben dat ze kreten slaken, zitten twee teams van vijf tegenover elkaar. Door de grote schermen en computerkasten zien ze de ander niet. Maar online komen ze elkaar wel tegen, op straat. In een warzone. “Dit is een gun game,” vertelt de jongen die rondloopt om uitleg te geven. “Dus hoe meer kills je maakt, hoe meer wapens je krijgt.” Dat valt in de praktijk niet mee, zo blijkt. “Heel leuk, maar ik word alleen maar doodgeschoten.”

Ze zitten in een ‘race chair’ in de voormalige gymzaal van dit schoolgebouw. Sjaak Kuil is general manager van H20 in Purmerend en vertelt over de plannen die er zijn voor dit pand. “We gaan hier het grootste esports-stadion van West-Europa bouwen.”

Het zijn de oude gymzalen van deze school waar het straks allemaal moet gebeuren. Op de vloer zie je nog de gekleurde lijnen lopen van de verschillende sporten. Aan de wand hangen hier en daar nog klimtoestellen. Over een paar maanden moeten deze ruimtes vollopen met esport supporters. Tussen de 1000 en 1200 mensen kunnen hier straks een wedstrijd komen kijken. Sjaak gaat op een stoel staan. “Hier komt de tribune. En daar komen de spelers in te zitten.” Hij wijst naar een grote glazen bak, een ruimte waar achter een tafel met computerschermen grote race chairs staan. Gamers zullen hier niet alleen op een scherm van 20 meter hoog de wedstrijden live kunnen zien, maar ze zien ook de spelers. “Dat zijn helden voor ze. Die esporters zijn soms wereldberoemd!” 

Overigens wordt H20 niet alleen een plek om te kijken, maar ook nadrukkelijk een plek om te spelen. En dan niet alleen computergames, maar ook fysieke games met een digitale component, bijvoorbeeld een balspel tegen een digitale muur.

“De race om de stadions hebben we helaas al verloren,” zegt Wim Noordzij. Hij voorzag drie jaar geleden dat het competitief gamen groot gingen worden en richtte het bedrijf House of Esports op. In de Verenigde Staten en verschillende landen in Azië waren toen al stadions. Maar er is nog hoop, volgens Noordzij. We zullen ons moeten richten op het opleiden en trainen van spelers. Want dat dit nu een sport is, dat is volgens hem helder. “We noemen iets een sport als je competitief de strijd aangaat en traint om beter te worden. Dat is precies wat je bij esports ook doet.”

Er is echt een verschil tussen recreatief gamen en competitief esporten, legt Ward Geene uit in een presentatie. Hij is esports deskundige en mede-oprichter van de Esports Club. In zijn presentatie ’10 lessen om esports te ontstressen’ vertelt hij nuchter over de bij jongeren zo populaire tijdsbesteding. Gamen is als een potje straatvoetbal, zegt hij. Esporters spelen bij een serieuze club spelen of zelfs in de eredivisie. Maar gamen kan zeker een middel zijn om bepaalde groepen aan je te binden. “Iedere game heeft een bepaalde doelgroep. Studenten spelen veel Starcraft, waarbij je 600 acties moet doen in een minuut. De stoerdere alfamannen spelen liever schietspellen. En de fighting games zijn meer voor de urbangroep.” Om ze te bereiken moet je wel je best doen. Dat kan via internetfora, waar ze kun kennis en ervaringen delen. Maar de jongere gamers spelen weer vaker op hun telefoon.” Je kunt gebruik maken van influencers, die een groot bereik hebben. Het zijn in ieder geval mensen die een passie delen. 

Vrijwel alle sportbonden proberen juist die jonge doelgroep op nieuwe manieren aan zich te binden. Bij de KNVB merken ze dat jongeren in de leeftijd van 16 tot 20 steeds meer afhaken. De voetbalbond heeft nu een speciaal budget vrijgemaakt om naast het vrouwenvoetbal, het Nederlands elftal en het amateurvoetbal te onderzoeken of esports een toekomstig domein moet worden. En ook in de roeiwereld wordt gezocht naar oplossingen om de uitloop tegen te gaan. “Het zijn vooral studenten die bewust kiezen voor roeien, maar als je 27 bent, ben je al veteraan,” zegt Jan Lammers. Hij is CEO bij RP3 Rowing, dat ‘connected’ roeitoestellen maakt waarmee je online tegen anderen kunt strijden. “Roeiers kunnen hun prestaties meten, trainers zien waar de kwaliteiten liggen en we zetten het in als talentherkenning.” 

RP3 Rowing heeft ook vier games ontwikkeld waarbij je in beweging roeit, maar op het scherm een spel speelt dat verder niets met de sport te maken heeft. Toch zijn ze er in de roeiwereld enthousiast over. Zo lieten ze in Duitsland al jongeren die niet roeien de game spelen, vooral om te kijken wie er gevoel heeft voor de sport.

Twee dames rennen druk heen en weer voor een meters hoog smart scherm. Ze gooien er met gekleurde ballen naar. “Als je die bommen niet op tijd raakt, raak je levens kwijt”, hijgt Kim Boterenbrood. Dit is geen kwestie van lui gamen, dit is intensief, stelt ze vast. Ze is accountmanager voor de sportbonden bij NOC*NSF. Ook zij wil vandaag meer horen over wat er mogelijk is rond esports. De sportbonden komen geregeld met vragen en ze wil ze goed kunnen adviseren. “De meeste bonden zijn alleen wel op zoek naar die combinatie van gamen en fysiek sporten. Ze willen op die manier nieuwe leden aantrekken en jongeren in beweging krijgen. Ik zie alleen nog niet helemaal waarom een spelletje als Fortnite er bij een handbalvereniging voor kan zorgen dat mensen enthousiast worden over die sport.”

Volgens Wim Noordzij is dat ook niet wat je zou moeten willen bereiken. Hij vindt dat je het los moet zien van elkaar. In Rotterdam heeft zijn bedrijf House of Esports een pilot laten draaien bij 8 sportverenigingen. Jongeren konden er de game League of Legends spelen, een fantasie spel. “Het primaire doel is om de jongeren erbij te halen die je anders niet bereikt. Je moet ze van de bank afkrijgen. En dat lukt met games. Jongeren geven altijd aan dat gamen een manier is om elkaar te ontmoeten.” Het is de morele plicht van sportverenigingen, vindt hij. En dat bewegen komt dan vanzelf wel. “Wat dacht je? Een esporter moet topfit zijn. Die krijgt voedingsadvies en heeft een mental coach. Het is topsport. Hoe denk je anders dat ze het volhouden, urenlang gefocust achter zo’n scherm?” 

Bij de KNVB willen ze zich wel gewoon richten op voetbal als het gaat om esports, vertelt Nick Hoogebeen, die activatiemanager is bij de bond. Wellicht heeft elke amateurvereniging in de toekomst zijn eigen esports team. Veel jongeren zien het voetballen op het scherm en het spelen op een veld als iets wat met elkaar te maken heeft, als een lifestyle.

De hele structuur moet nog wel opgezet worden. Sjaak van H20 legt uit. “Als je gaat voetballen, dan word je lid van een club. Als je beter wordt, kun je naar een andere club doorstromen. En als je echt tot de besten behoort, kun je prof worden. In esports ontbreekt die structuur in Nederland nog. Die willen wij gaan bouwen.” Esports spelers kunnen dan lid worden en er moet een opleiding komen, zodat ze zich kunnen ontwikkelen. En dat kan dan allemaal hier in Purmerend. “We hebben straks 1000 vierkante meter. Genoeg om kinderen en jongeren te trainen en zich creatief te laten ontwikkelen. Want als ze uiteindelijk zelf niet gaan spelen, dan kunnen ze altijd nog developer worden. Dat kan hier straks allemaal.”

Meer weten over esports? Check hier ons dossier

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *