2020 | Gerard Dielessen (NOC*NSF): “Het is een zware, maar ook een leerzame periode”

Berusting. Dat is het woord waarmee Gerard Dielessen, directeur NOC*NSF, de eerste reactie beschrijft op de aankondiging van de tweede lockdown. Naast sluiting van winkels, scholen en culturele instellingen wordt ook de sport weer hard geraakt. “De maatregelen zijn helder en iedereen begrijpt het wel. Maar na de eerste berusting komt de vechtlust ook weer snel terug, hoor.”

Natuurlijk is bij het oplopen van het aantal besmettingen de solidariteit ook in de sport groot. Maar desondanks blijft bewegen en sporten belangrijk, zegt Dielessen. Een stelling die ook door premier Rutte wordt ondersteund. Hij moedigde in zijn toespraak op 14 december mensen aan vooral te blijven bewegen de komende periode. Om coronakilo’s tegen te gaan en mentaal weerbaar te blijven. 

Dielessen: “Wat je ziet is dat de kwetsbare groepen tot stilstand komen als ze niet meer worden gestimuleerd. De hogere maatschappelijke groepen, de mensen die wat meer verdienen, die gaan zelf wel sporten. Ze pakken allerlei nieuwe dingen op en vormen zelf clubjes waardoor ze blijven bewegen. Maar binnen de georganiseerde sport is één van de mooie voorbeelden natuurlijk afkomstig van de Koninklijke Nederlandse Wandel Bond. De vierdaagse van Nijmegen ging niet door, maar zij maakten het mogelijk dat je de tocht toch in kleine groepjes of individueel kon wandelen.” 

Versnelling van mogelijkheden

Dielessen heeft zich in de tien jaar dat hij directeur was – hij is het nog steeds, maar zijn laatste jaar is ingegaan – altijd hard gemaakt voor innovatie. En hoe vervelend het afgelopen jaar ook was, het bracht volgens hem ook positieve dingen. Het zorgde voor veranderingen en versnellingen van eerder bedachte zaken. Zo was duurzaamheid al een thema, maar doordat de wereld noodgedwongen tot een stop kwam, werden bijvoorbeeld nieuwe plannen gemaakt om fans zonder reizen bij belangrijke sportmomenten te betrekken. Denk aan de Olympische Spelen in Tokyo. “Er is vorige week besloten dat de atleten uit 206 landen die naar Tokyo gaan maximaal 5 dagen van te voren mogen arriveren en wanneer ze zijn uitgeschakeld moeten ze na een wedstrijd na 48 uur het land weer verlaten. Of althans het Olympische dorp. Dan komen ze terug naar Nederland. Wij pakken het op Schiphol op en we zullen ze voor publiek gaan huldigen op het strand in Scheveningen.”

“Dat is een hele andere manier van denken en daar leer van voor andere grote internationale sportevenementen in de toekomst. Om die fans toch goed betrokken te houden. Dat doe je al via de televisie, maar je kunt je ook voorstellen dat je ze in het Olympische dorp een groene kamer kunt laten binnenlopen en ze dan via hologramtechnologie op het strand in Scheveningen laat verschijnen. Je ziet door de pandemie enorme versnellingen van mogelijkheden waar je anders jaren over zou hebben gedaan.”

De nieuwe sportagenda

Dat veel sportclubs het financieel zwaar hebben, is iets waar Dielessen dagelijks mee wordt geconfronteerd. Toch is hij niet overwegend negatief. “De achtereenvolgende ministers die ik heb meegemaakt, dat zijn er drie, hadden veel compassie voor de sport en wat dat kan betekenen voor de samenleving. Zij vonden ook dat de bijzondere sportinfrastructuur die Nederland kent in stand moet worden gehouden. Dus hebben ze telkens besloten tot aanvullende steunpakketten. Dat gaat echt om tientallen miljoenen, maar het dekt nooit alle kosten. Zeker nu niet nu veel inkomsten wegvallen. Maar ik denk wel dat er veel overeind blijft ook al zijn er plekken waar het piept en kraakt. Tegelijk zijn er ook sporten die het hartstikke goed doen, denk aan sportvissen, tennissen of golf. Tennissen heeft jarenlang te maken gehad met een leden teruggang, maar zij zien nu juist groei. Dat is weer de andere kant van de medaille.”

Dielessen legt zijn functie neer op 1 oktober. Hij hoopt voor zijn vertrek nog een nieuwe sportagenda op te stellen. “Die sportagenda bevat drie buitengewoon belangrijke maatschappelijke thema’s die een nog scherper profiel hebben gekregen. Dat is op de eerste plaats inclusiviteit en diversiteit, of in mijn woorden: iedereen inbegrepen. Daarnaast gaat het over gezondheid en vitaliteit: dat is in de crisis nog belangrijker geworden dan het al was. En tot slot is duurzaamheid belangrijk zoals beschreven in de sustainable development goals. Dat zijn drie thema’s die ik enorm belangrijk vind.”

Meer sporten door innovatie

Voorlopig buigt Dielessen zijn hoofd nu vooral over participatie. Hoe kunnen innovaties ertoe bijdragen dat ook de kwetsbare groepen blijven sporten. “Je ziet wel dat de crisis ook tot initiatieven heeft geleid die onder innovatie kunnen worden geschaard, waardoor mensen uiteindelijk meer zijn gaan sporten. Maar dat zit hem vooral in de mensen die daar makkelijker toe komen. De meer kwetsbare groepen hebben meer begeleiding nodig. Dat is iets waar ik mijn hoofd wel over buig: met welke innovatie kunnen we ook hen meer laten sporten?” 

Een onderwerp dat daar op aansluit is de verdeling van gelden. “Wij verdelen dat nu over de bonden op basis van ledenaantallen. De samenleving geeft op dit moment aan dat zo’n beperkte grondslag van leden niet meer voldoende is. Daar moet eigenlijk ook een maatschappelijke grondslag aan worden verbonden. Dat hebben we nu afgesproken. Dat is nog niet eenvoudig, want hoe meet je dat, maar we gaan ermee aan de slag.”

Sport en bewegen lijkt prominenter dan ooit op de politieke agenda te staan. Mede dankzij de afgelopen negen maanden waarin de realisatie nog groter is geworden dat sport mensen mentaal en fysiek gezond houdt. Wat uiteindelijk in gezondheidskosten scheelt. Nederland is een op en top sportland, we staan in de top van de wereld, zowel in de breedtesport als is de topsport. Nu is het belangrijk om een schaalsprong te maken, ook qua budget. Kijk ook naar de adviezen van de Sportraad. Sport zou een publieke voorziening of publieke verantwoordelijkheid moeten zijn en daar zou je als samenleving veel meer geld voor over moeten hebben.  Daar passen de drie doelstellingen van de sportagenda ook goed bij. Het is aan mijn opvolger om dat op te pakken en er mee aan de slag te gaan.”

Dit is een interview in de serie Sportinnovatie Talks.

Over de auteur(s) van dit bericht:

Journalist bij Fast Moving Targets.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *