Judo Bond Nederland laat ouderen niet vallen

De judobond kreeg in 2019 een toekenning van het innovatiefonds van NOC*NSF voor het project ‘Laat ouderen niet vallen’. Nu, anderhalf jaar, later spreken we met Benny van den Broek, coördinator sportparticipatie van Judobond Nederland, over het innovatietraject.

Kun je het project kort beschrijven?

’Zeker bewegen’ is een theoretisch onderbouwde interventie waarbij we ouderen van 65 jaar of ouder proberen hun bewegingsvrijheid terug te geven. Er zijn enorm veel oudere mensen die wel eens vallen en als ze ongelukkig vallen is er vaak sprake van een blessure of zelfs heupfracturen. Het is lastig om dan weer terug te komen op het oude niveau en het is ooit bewezen dat als je fitter bent, maar ook als je je val breekt, dat de impact op je heup kleiner is waardoor de kans dat je je heup breekt kleiner is. Op het moment dat je zo’n cursus volgt je ook minder kans hebt dat je überhaupt valt. Daarnaast, door te blijven bewegen, zijn ouderen minder angstig om te bewegen en te vallen. Toen hebben we eigenlijk bedacht, dat het mooi zou zijn als we daar een functie voor zouden inrichten. We hebben een hele grote groep judo-leraren die samen deze doelgroep al zouden kunnen bedienen.”

Hoe hebben jullie de behoefte onderzocht?

“Deze innovatie is wel behoorlijk op aanbod gericht, omdat onderzoekers van de Sint Maartenskliniek in Nijmegen tot de ontdekking kwamen dat er steeds meer ouderen met heupfracturen zijn. En hoe kunnen we daar iets aan doen? Zij hadden ook affiniteit met judo en zij bedachten dat als je een bepaalde techniek hebt van vallen, je het aantal fracturen misschien zou kunnen verminderen. In alle eerlijkheid is niet gevraagd aan ouderen of ze een valpreventieprogramma willen, maar hebben we gekeken naar hoe we er voor kunnen zorgen dat minder mensen vallen. En als je nu aan mensen vraagt of ze mee zouden doen aan een beweegprogramma waardoor je minder kans hebt op vallen zou niemand nee zeggen. Alleen de grote uitdaging is: hoe kun je de mensen écht in beweging krijgen.”

Wanneer is het een succes?

“Voor ons is het een succes als we één of twee sleutelindicatoren hebben waarbij we kunnen laten zien aan financiers, zoals bijvoorbeeld ziektekostenverzekeraars, dat het interessant is om dit programma te ondersteunen. Bijvoorbeeld als er 20 oudere mensen uit de doelgroep van 65+ dit programma volgen, er 10% minder kans is op een heupfractuur, of dat een significant percentage van de mensen zich veiliger voelt en zekerder voelt na het volgen van zo’n cursus waardoor ze meer gaan bewegen. We hebben nu nog niet definitief bepaald wat de sleutelindicatoren zijn, dus ik kan nog niet definitief zeggen op welke we gaan focussen. Het kan ook zomaar zijn dat we uitkomen bij het verminderen van het gevoel van eenzaamheid. We willen de doelstelling natuurlijk wel SMART maken, maar het zou goed kunnen zijn dat we dat doen aan de hand van een gevoelscijfer. We kunnen misschien niet aantonen dat er zoveel procent minder heupfracturen zijn, maar misschien kunnen we wel bewijzen dat een percentage van de mensen die dit programma gevolgd hebben, zich zekerder voelt en als gevolg daarvan meer gaat bewegen en hebben we daarmee het risico op valpartijen verlaagd. More2Win is bezig met een onderzoek om de interventie te verbeteren, een verandertheorie op te stellen en meetbare sleutelindicatoren te achterhalen.”

Hoe verloopt het project tot nu toe??

“In de tijd dat we de aanvraag maakten, was er in Den Haag veel belangstelling voor. Daar werd al gezegd dat ze er geld in wilde stoppen in de vorm van een co-financiering. We hebben toen de aanvraag geschreven samen met een andere partij: More2Win. Zij hadden al meer ervaring met impactfinanciering en wij hebben dat als sportbond helemaal niet. Op een bepaald moment haakte Den Haag af van de organisatie en van de financiering, want ze hadden er onvoldoende middelen voor. Dat was een tegenvaller waardoor we een vertraging opliepen. De meevaller is dat we de ‘Nederland in Beweging Prijs’ hebben gewonnen met ‘Zeker Bewegen’. En dat geldbedrag konden we gebruiken om de co-financiering toch rond te krijgen. We hadden al onze pijlen gericht op Den Haag, ook bij het uittesten bij 200 ouderen. Dat kon niet doorgaan, toen we opzoek gingen naar andere plekken om te testen, kwam corona. Niemand mocht meer bewegen en al helemaal niet de oudjes. Dus toen hebben we het punt gestaan: wat doen we? Trekken we de stekker eruit? Toen hebben we toch gezegd: laten we het toch proberen. Maar dan met een kleinere testgroep. Het onderzoek van More2Win moet in september ongeveer klaar zijn, en dan hopen we met hun adviezen te kunnen starten met kleine testgroepen ouderen en dan op basis van de cijfers, de juiste vervolgstappen te kunnen maken.”

Wat willen jullie er mee bereiken?

“Een positieve impact hebben op de samenleving. Naast het organiseren van sport, wat al een impact op de samenleving is, willen we met dit programma ouderen ondersteunen, de samenleving geld besparen en eventueel zelf ook nieuwe geldstromen creëren voor de judobond. Ook zouden we het interessant vinden als er een soort impact-financiering mogelijk is. Dus niet de klant, maar een ziektekostenverzekeraar deze kosten zouden betalen. Zolang dat niet het geval is, kan een andere partij die gelooft in dit product financieren. Zulke impact financieringen bestaan al wel in Nederland op het gebied van sociale zaken, maar nog niet op het gebied van sport. “

Wat maakt het innovatief?

“Het feit dat de georganiseerde sport er op deze manier mee aan de slag is. Het innovatieve in de aanvraag zit ‘m vooral in de financiering. Om dus de impact te meten en laten zien dat als mensen een programma volgen, ze minder of beter vallen en dat bespaart de samenleving bijvoorbeeld ziektekosten. En omdat bewezen te krijgen, zijn we dit programma op deze manier via het innovatiefonds gaan invullen. Want het is nog nooit gebeurd dat een sportinterventie heeft kunnen aantonen dat je ergens geld kunt besparen. Dus dat is redelijk nieuw. En het is innovatief dat wij in de sport zo goed de tijd nemen om te ontrafelen wat nou precies de indicatoren zijn waar we op gaan meten.”

Wat is er meegevallen in het traject?

“Dat zit vooral in laatste fase. Ik ben erg tevreden over de manier waarop More2Win beredeneert en hoe ze dit aanpakken. Hoe ze dit proces aanpakken om tot de juiste indicatoren te komen voor de meetbaarheid. Dat vond ik heel mooi en voor ons ook heel leerzaam. En dat hadden we anders nooit zo ervaren als we niet hadden meegedaan aan dit innovatietraject. Het is misschien een open deur maar toch goed om te benoemen, de kracht van het inschakelen van de juiste expertise. En dat is dan misschien niet altijd goedkoop, maar zonder de juiste expertise, en zeker op het gebied van innovatie, is het misschien wel gedoemd om te mislukken.”

En wat viel er tegen?

“Ja, de co-financiering was een tegenvaller, zoals al eerder genoemd. Dat is wel een heel zakelijke kant van het verhaal. Daarmee hadden we ook onze partner waarmee we in de wijken aan de slag wilde gaan in Den Haag verloren. We hadden ook een partij nodig waarmee we de doelgroep konden benaderen. Dat maakte het wel erg moeilijk. En tot slot natuurlijk de studie om te komen tot de juiste indicatoren en de meetbaarheid van het traject was ook erg complex.”

Wat zijn de lessen die jullie geleerd hebben?

“Als eerste was een belangrijke les dat als je een co-financiering hebt, dat je dan ook daadwerkelijk een handtekening nodig hebt van de co-financier. Dat hebben we geleerd. En eigenlijk ook dat je zeker weet dat je de doelgroep waar je op wil uittesten, dat je daar meer garantie op hebt. Dus dat je van tevoren eigenlijk al beter weet: ik heb 200 proefpersonen nodig. Zodat je de juiste organisaties of gemeente kan benaderen om mee te werken. Die vielen bij ons eigenlijk tegelijk weg en dat was wel erg cruciaal. Dus, de juiste partners vinden is een belangrijke les.

More2Win heeft met ons gekeken naar wat er allemaal al in de markt is en er zijn meerdere valpreventieprogramma’s van andere bedrijven zoals bijvoorbeeld van fysiotherapieën. Ze hebben verder gekeken naar wat doen we, wat beogen wij en wat kunnen wij in onze preventieprogramma zo aanpassen dat we de doelgroep beter kunnen benaderen, beter kunnen bedienen en ook unieker zijn in ons concept. En die manier van denken en manier van onderzoeken door zo’n partij als More2Win, daar heb je als sportbond echt expertise voor nodig. En zo’n innovatie-aanvraag maakt dat dan ook mogelijk en dan helemaal als je kijkt naar de manier hoe ze dat helemaal opbouwen. Literatuur onderzoek erbij, benchmarks, onderscheidende factoren en wat zijn de sleutelcriteria waar we op gaan meten. Ga ik meten op het aantal verminderde valincidenten? Ga ik meten op verminderd isolement van ouderen, ga ik meten of de ouderen zich veiliger voelen? Zekerder voelen? Dat zijn allemaal ingewikkelde vragen voor mij, als niet onderzoeker. Dat is ook een leerschool voor ons geweest; dat moet je vooral niet zelf willen doen. Want dat zijn geen standaardcompetenties die je vraagt aan de medewerkers van een sportbond.”

Zitten hier ook lessen voor de organisatie in?

“We komen uit een cultuur van een traditionele sportbond. Waarbij samenwerking aangaan met een commerciële partner als discutabel bestempeld werd vanwege commercialisering van de sportbond. Nu zitten we al meer richting een model waarbij je zegt van: we kunnen leren van organisaties of bedrijven die een businessmodel hebben gemaakt van een sportinterventie. Zouden wij dat niet kunnen doen met ‘Zeker Bewegen’ voor ouderen, bijvoorbeeld. Dus dat is al een behoorlijke vooruitgang.

Verder is dit innovatietraject ook heel erg van belang om te kijken hoe je als sportbond een ander verdienmodel kunt mobiliseren. En kun je dan inderdaad naast de contributie-inkomsten, nog steeds de belangrijkste inkomsten die er zijn, op deze manier ook geld genereren én een bijdrage leveren aan de samenleving. In eventuele discussies op bestuurlijk niveau over mogelijke andere verdienmodellen komt dit ook zeker aan de orde.

De laatste les waar me nu ook mee aan de gang zijn, is best complex. Wat gebeurt er met de 175 instructeurs die we hebben opgeleid? Hoe kunnen we voorkomen dat die instructeurs de Zeker Bewegen cursus zelf in de markt gaan zetten, zonder daar afspraken over te maken met de bond?  Wat is daar dan het voordeel van het landelijk sportbond? Als bond wil je je clubs en je leraren voorzien in een concept waarmee zij zichzelf ook wat extra geld kunnen verdienen. Zo hoop je dat de loyaliteit aan die bond daardoor ook versterkt wordt. Dus eigenlijk een indirecte vorm van een verdienmodel.“

Over de auteur(s) van dit bericht:

Ik ben Jochem en ik werk sinds mei 2019 voor Sportinnovatie Studio. Ik heb een achtergrond in digitale marketing en probeer die kennis in te zetten om sportbonden te ondersteunen bij dergelijke vraagstukken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *