Solo maakt een einde aan stayeren bij triathlon

Stayeren, in het spoor van je voorganger fietsen om met minder weerstand vooruit te komen, komt nog regelmatig voor bij Triathlon. Maar niet als het aan de Nederlandse Triathlon Bond en uitvinder Jeroen Visser ligt. Rembert Groenman, directeur NTB: ‘Stayeren bij de duathlon en triathlon behoort binnenkort dankzij Solo tot de verleden tijd. ’

Triathlon kan als teamsport worden beoefend, maar is toch vooral een individuele sport. Het fietsonderdeel moet worden gezien als een tijdrit. Door middel van Solo, een hardware-device dat op de fiets van atleten wordt bevestigd, wordt in de toekomst de nauwkeurigheid en bewijslast van stayeren nagenoeg 100%. Niet alleen voor de jury maar ook voor atleten wordt het inzichtelijk wanneer zij tegen, op of over de grens rijden, wanneer ze volgens de regels te dicht op de voorganger zitten.

Tijdens de zomer zat Jeroen Visser voor zijn tentje een podcast te luisteren over stayeren. Hij besloot dat stayeren met behulp van technologie wel op een makkelijke en eenvoudige manier opgelost kon worden. Daarop mailde hij Rembert Groenman, de directeur van de NTB en vervolgens zijn zij in gesprek geraakt. Dat resulteerde uiteindelijk in een toegekende aanvraag bij het innovatiefonds van NOC*NSF. De ontwikkeling van Solo kan dus beginnen. 

Hoe gaat Solo er uitzien?

Rembert: “Het is een plastic kastje met sensoren dat je op je stuur kunt monteren. Een groen lampje geeft aan dat je niet stayert, dat je dus voldoende afstand houdt, oranje laat zien dat je in de stayerzone komt en rood geeft aan dat je te lang hebt gestayerd. Je mag wel even in de stayerzone zitten, maar daar moet je binnen 20 seconden uit zijn omdat je hebt ingehaald of als dat niet lukt, weer een beetje hebt laten afzakken. Mocht er te lang gestayerd zijn en het gaat om een eerste constatering, dan krijgt de atleet een waarschuwing. Dat is dan ook te zien op het kastje. Er zit een timingsysteem in het kastje dat de afstand tot de voorganger berekent. Dat zendt een signaal uit dat binnenkomt op een centraal systeem dat voor juryleden beschikbaar is. Gebruikelijk is dat motoren met juryleden rondrijden om te controleren, te bewaken en kaarten uit te delen. Dat zal in de toekomst wellicht verlaagd kunnen worden of zelfs overbodig worden: de jury zal dat op afstand kunnen beoordelen en ook via het kastje kaarten aan de atleten kunnen uitdelen. Die data kan ook centraal op een groot scherm worden vertoond. Iedereen kan dus live zien waar de atleten zich bevinden en dat maakt het ook interessanter om de triathlon live te volgen. De triathlon wordt daarmee mediagenieker.”

Voor wie lost Solo een probleem op?

Jeroen: “Het lost voor veel groepen een probleem op. Zonder volgordelijkheid: voor de jury, de atleten en wedstrijdorganisaties.” Rembert: “Juryleden worden geacht te zien wanneer er gestayerd wordt, met als regel 12 meter tussen de fietsen. Precies constateren wat 12 meter is, is vrij ondoenlijk. Het is soms al lastig om het verschil tussen 8 en 12 meter te zien. Dat betekent dat juryleden soms beslissingen nemen die wel kloppen maar vaak ook niet kloppen. Voor juryleden is het prettig dat ze ondersteund kunnen worden in hun besluitvorming. Voor atleten wordt er ook een probleem opgelost. Als een jurylid verkeerd jureert, dan krijgt de atleet een straf die hij niet verdient. In het algemeen hebben veel atleten een hekel aan stayeren. Er zijn atleten die het niet doen en standaard een achterstand hebben. En atleten die het wel doen omdat ze er echt veel voordeel van hebben.” Jeroen: “Voor de atleten zorgt het ervoor dat ze veel beter op het randje kunnen rijden zonder erover te gaan. Voor wedstrijdorganisaties geeft het inzicht in hoeveel atleten op een bepaald parcours goed uit de voeten kunnen. Uit de data kan veel afgeleide data worden gehaald. Zo kan de jury zien op welke plekken in het parcours de kans groter is dat er gestayerd wordt. Nu zijn daar beelden van maar dat kan ook nog ondersteund worden door data.”

Hoe is de behoefte onderzocht?

Rembert: “Het is al jaren een issue. We hebben het niet systematisch onderzocht, maar ieder jaar wordt er gestayerd, atleten gestraft en protest aangetekend. Er zijn uitgebreide discussies op Facebook dus we weten dat dit voor veel mensen een doorn in het oog is.” Jeroen: “Een evident voorbeeld dat ook veel in de media is geweest, is het Nederlands kampioenschap op de halve afstand in Klazienaveen. Daar is veel gedoe over het stayeren geweest. Met ogen meten, het blijft lastig.”

Rembert: “Op het triathloncongres dit jaar zaten er een kleine honderd man in de zaal. Jeroen presenteerde het plan en vroeg de zaal wie het fijn vond dat dit ging gebeuren. Op twee man na stak iedereen zijn hand op. Er bestaat een breed gedragen behoefte om dit nu netjes te gaan regelen.” 

Solo heeft een software en een hardwarecomponent. Is de hardware ingewikkeld?

Jeroen: “Het is geen ingewikkeld systeem. De beperking die de hardware nu nog kent is de batterijduur. We kunnen veel meten, verzenden en verzamelen en ook heel nauwkeurig. De vraag is hoe je dat klein genoeg kunt krijgen om het ook mee te nemen op de fiets. Uiteindelijk ook tijdens het zwemmen en het lopen. De vraag is ook of we het klein en goedkoop genoeg krijgen. Eigenlijk net zoals met alle dingen. Want niemand wil betalen en niemand wil merken dat het er is.” 

Hebben jullie de juiste maker gevonden en hoe werken jullie daar mee samen?

Rembert: “Jeroen had zelf al het prototype gemaakt.” Jeroen: “Ik heb inderdaad zelf een eerste versie gemaakt maar die is onnauwkeurig en verzendt met een lage frequentie. Ik ben ook geen professionele elektronicabouwer. Er is een elektronicafabrikant die het prototype verder gaat maken. We onderzoeken nu hoe we met de juiste zendfrequentie de batterijduur zo positief mogelijk kunnen beïnvloeden.” 

Hoe ziet het financieringsmodel eruit? Wie betaalt waarvoor?

Rembert: “Dat is nog een onderwerp van gesprek. We hebben in ieder geval afgesproken dat het systeem een gedeeld eigenaarschap is van Jeroen en van ons als bond. Voor de opstart hebben we financiering vanuit het innovatiefonds verkregen. Dat is om te ontwikkelen, te testen en te constateren dat het gebruiksklaar is. De vraag is wie er straks voor gaat betalen als het klaar is.” Jeroen: “Als het puur gaat op de controle op stayeren zou je een abonnementsmodel kunnen doen dat zit verdisconteerd in de contributie die je betaalt aan de bond. Op basis daarvan kunnen de wedstrijden die via de bond georganiseerd worden gebruik maken van de techniek. Of dat wedstrijdorganisaties er iets voor betalen. Op het moment dat de geavanceerdere versie de gehele weg meegaat zou het ook de nieuwe timingchip kunnen zijn en kan het bedrag worden meegenomen in het inschrijfgeld voor de wedstrijden. Er zijn best veel mogelijkheden.” Rembert: “Als we een goede businesscase maken, kan het een alternatieve financieringsbron zijn voor Jeroen, maar uiteraard ook deels voor ons. In deze tijd van transitie is het voor ons als sportbond zeker interessant deze weg te verkennen.”  

Hoe zorg je voor toekomstbestendigheid? Wie zorgt voor support en ontwikkeling? 

Rembert: “Dat zal ongetwijfeld in eerste instantie het bedrijf van Jeroen zijn. Samen met de KNWU zijn we een nieuwe ICT-omgeving aan het inrichten. Daar kunnen we te zijner tijd een link met Solo maken zodat we elkaar kunnen versterken. Het zou kunnen dat het technisch support van Jeroen komt en in het algemeen gebruik via onze eigen systemen loopt.”

Jeroen: “Zoals gezegd is de bond voor de helft eigenaar. De bond zal waarschijnlijk niet de support en ontwikkeling doen maar wel op een goede manier delen in de successen. Een launching customer constructie.”

Welke potentie zien jullie voor je? Kan het wereldwijd een product worden?

Rembert: “Voor nu denken we op Nederlandse schaal. Alleen, het probleem van stayeren geldt ook op Europese schaal en zelfs wereldwijd. Voor zover wij kunnen zien zijn er nog geen vergelijkbare ontwikkelingen. Het zou kunnen dat we daar na een aantal jaar Europees of zelfs wereldwijd bezig zijn.” Jeroen: “Dat zie ik ook zeker als mogelijkheid. Zeker als de batterijduuruitdaging op een goede manier wordt opgelost.” 

Welke andere sporter zouden hier ook van kunnen profiteren?

Jeroen: “Wielrennen ligt natuurlijk heel erg voor de hand. Wielrennen en hardlopen zijn dan de eerste logische sporten. En ik denk ook alle varianten daarvan: skiën, langlaufen, allerlei sporten die zich in de buitenlucht afspelen op een niet afgesloten parcours kunnen hier baat bij hebben.” 

Wanneer is het voor jullie een succes?

Rembert: “Voor mij is het een succes als we een goedwerkend prototype hebben dat voldoet aan onze doelen. Met een verdere uitrol in 2021.” Jeroen: “Het is inderdaad fijn als uit de eerste tests blijkt dat het op een adequate manier werkt. Als juryleden er blij van worden en dat atleten het als een positieve bijdrage aan de sport zien. Als organisaties aangeven dat ze het graag willen hebben en dat het iets toevoegt.” 

Hoe bevalt de samenwerking?

Rembert: “Ik wil aan Jeroen een pluim uitdelen. Het is knap dat je zoiets kunt bedenken en weet terug te vertalen naar iets bruikbaars. Jeroen is, los van het feit dat hij een triathleet is, een aardige kerel die in staat is ingewikkelde dingen heel simpel uit te leggen. Ik heb er vertrouwen in dat we samen een mooi en noodzakelijk product kunnen maken.” Jeroen: “Ik heb niet met veel sportbonden samengewerkt, maar de professionaliteit, het enthousiasme en de snelheid waarmee de NTB hierin meegaat vind ik echt opvallend. De NTB is snel, positief en ze durven grenzeloos te denken. Dat is erg leuk om te merken en als sportbonden er allemaal zo inzitten, is er echt veel innovatie mogelijk.”

Over de auteur(s) van dit bericht:

Innovatieliefhebber met voeten in verschillende werelden. Creatief en conceptueel denker gecombineerd met een doe-het-zelf mentaliteit

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *